Bergwandelen: Uitrusting, eten & drinken, tochtplanning, voorbereiding – mijn complete gids

Je bekijkt nu Bergwandelen: Uitrusting, eten & drinken, tochtplanning, voorbereiding – mijn complete gids

Tot de meest gestelde vragen behoren in ieder geval: Welke uitrusting neem ik mee om te wandelen en bergbeklimmen? Wat pak ik in om te eten? En hoe bereid ik mijn tochten eigenlijk voor? In deze gids beantwoord ik deze vragen en nog veel meer.

Hier deel ik mijn complete basisuitrusting voor bergwandeltochten, tips voor wat je onderweg kunt eten en mijn routine voor het voorbereiden van tochten. Of je nu je eerste bergtocht plant of al vaak onderweg bent geweest – hier vind je tips voor wat echt zinvol is, wat ik altijd bij me heb en wat je lekker (thuis) kunt laten.

1. Bergwandelen: je uitrusting voor dagtochten in de bergen

De juiste uitrusting is de basis voor elke tocht. Het gaat er niet om de nieuwste high-tech bij je te hebben, maar om precies dat aan te trekken en in te pakken wat bij jou en de tocht past.

1.1 Kleding voor bergtochten

Laagjes: Ik draag altijd meerdere dunne lagen in plaats van een dikke jas. Zo kan ik flexibel reageren op weersveranderingen. Bij tochten met lange, steile beklimmingen heb ik tevens nog een ander shirt bij me, zodat ik me op de top kan omkleden en het niet koud krijg.

Bescherming tegen regen en wind: Een lichtgewicht hardshell- of softshell-jack heb ik standaard bij me – zelfs als de zon schijnt. Het beschermt tegen wind, regen en koele temperaturen op bergtoppen.

Tip: Ademende materialen helpen om transpiratie af te voeren en onderkoeling te voorkomen.

1.2 Basis-outfit

Mijn basisoutfit bestaat uit:

Ik krijg vaak de vraag of leggings net zo goed zijn als wandelbroeken. Dat is een kwestie van smaak. Toen ik begon met bergwandelen, deed ik dat in een gewone sportlegging. Dat ging prima. Maar ze zijn meestal niet zo stevig als robuust. Er zijn speciale wandelleggings van dikker materiaal. Ik hou nu echt van wandelbroeken omdat ze beter ademen. Veel wandelbroeken zijn ook waterafstotend en drogen sneller.

Verder neem ik minstens nog het volgende mee:

  • Primaloft of donsjack
  • Regenjas – zelfs als er geen regen wordt voorspeld
  • Extra shirt

In het (hoog)gebergte zijn volgende dingen ook een must:

  • Muts/buff
  • Handschoenen

1.3 Welke wandelschoenen voor bergtochten?

De juiste wandelschoen is niet alleen comfortabeler – hij kan ook doorslaggevend zijn voor de veiligheid en het plezier op de berg. Een goede schoen…

  • biedt stabiele ondersteuning voor de voet en enkel
  • zorgt voor efficiënte krachtoverbrenging
  • beschermt zolen en enkels op betrouwbare wijze

Vragen die je jezelf moet stellen om de juiste wandelschoen te kiezen:

  • Hoe sterk zijn mijn voet- en kuitspieren?
  • Hoe goed is mijn looptechniek?
  • In welk terrein ga ik bergwandelen?

Deze antwoorden maken het makkelijker om de juiste schoencategorie te kiezen.

Categorie schoenenBeschrijving
BergwandelschoenenHoog, stevige enkelondersteuning, ideaal voor veelzijdige tochten. Veilig op steenslag en sneeuw dankzij de stabiele zool.
TrekkingschoenenNog stabieler en robuuster, vaak meer waterdicht – ideaal voor lange (meerdaagse) etappes, iets zwaarder.
Lichte wandelschoenenOnder de enkel, lichte, zachte zool – ideaal voor makkelijke paden, minder stabiliteit die het lichaam moet compenseren.
Halfhoge approach schoenenTussen bergwandelschoenen en een wandelschoen in, stijver, meer profiel, vaak met een versterkte neus – goed voor sportieve wandelaars, minder bescherming bij een val in steenslag.
TrailrunschoenUltralicht, zacht, voor ervaren, tredzekere wandelaars op minder veeleisende paden – hoge snelheid, snellere slijtage.

Tip: Schoenen worden vaak gecategoriseerd op basis van stijfheid en geschiktheid voor gebruik (bijvoorbeeld categorieën A-D). Schoenen van categorie B (als je tredzeker bent) of B/C (voorwaardelijk geschikt voor stijgijzers) zijn ideaal voor bergwandelingen – stabiel maar flexibel.

Mijn bergschoenen:

1.4 Rugzak voor bergwandelingen

Een rugzak van 20-30 liter met regenhoes is perfect voor dagtochten.

Mijn rugzakken:

1.5 Compacte paklijst

Uiteindelijk komt het altijd neer op een mix van veiligheid, comfort en lichtheid. Te veel bagage maakt de tocht zwaar, te weinig kan gevaarlijk zijn.

Mijn basis paklijst voor wandelen en bergtochten:

  • Regenjas
  • Warme jas van synthetische vezels of dons
  • EHBO-kit (ik gebruik Ortovox Rolldoc Mini*)
  • Noodbivakzak* en/of reddingsdeken
  • Wandelstokken
  • Hoofdlamp
  • Portemonnee met ledenkaart van de Alpenvereniging, paspoort/ID, verzekeringspas en contant geld
  • Zonnebrandcrème
  • Zakmes
  • Snacks & water
  • Kaart/offline app
  • Smartphone
  • Vuilniszak
  • Reparatieset met een paar kabelbinders, wat tape en een stuk draad

1.6 Speciale uitrusting (afhankelijk van de tocht)

Voor sommige tochten is meer nodig:

  • Helm: niet alleen voor klettersteigen, maar ook voor tochten met kans op steenslag (ik gebruik Black Diamond Vision MIPS*)
  • Klettersteigset: alleen voor klettersteigen (ik gebruik een klettersteigset van Edelrid*)
  • Spikes: in de winter, maar ook in het voorjaar, heb ik altijd de microspikes bij me (ik gebruik Snowline Spikes*).
  • Ijspickel: niet alleen op alpiene tochten, maar ook als ik steile passages met ijs verwacht (ik gebruik Petzl Ride*)

1.7 Mijn camera & fotoapparatuur

Omdat ik mijn tochten ook visueel vastleg, heb ik meestal een camera bij me. Ik vind het belangrijk dat de apparatuur licht en robuust is.

  • Camera & lens: OM 5 MII met 14-150mm lens
  • Drone: DJI Mini4 Pro
  • Actioncam: Insta360
  • Bescherming: Ik verpak alles waterdicht in drybags, zodat alles veilig blijft, zelfs in de regen.

2. Eten en drinken voor onderweg

Ongeacht hoe lang de tocht is, ik neem altijd iets te eten en te drinken mee. Er kan immers altijd iets gebeuren waardoor je langer onderweg bent dan gepland. Zelfs als er onderweg een stop bij een berghut is gepland, neem ik een paar “veiligheidssnacks” mee.

  • Snacks: noten, gedroogd fruit en groente/fruit zijn mijn klassieke favorieten. Muesli- en energierepen zijn handig als je voor snel gaat. Voor langere tochten neem ik brood met kaas of hummus mee. Persoonlijk vind ik het ook vet lekker om gekookte aardappels mee te nemen op bergwandeltochten.
  • Drinken: Ik neem minstens 2 liter mee op dagtochten. Persoonlijk drink ik graag uit flessen, maar je kunt natuurlijk ook een drinkzak gebruiken.

Een klein hoogtepuntje: ik zet vaak onderweg koffie met een gasbrandertje – dat maakt elke pauze nog beter. ⮕ Wat is de beste manier om buiten koffie te zetten? Ontdek het in mijn artikel over koffie zetten onderweg.

3. Bergtochten voorbereiden: planning van de tochten

Een goede voorbereiding is minstens zo belangrijk als de uitrusting.

3.1. Tijdsplan maken

Het plannen van tochten is geen hogere wiskunde – de sleutel ligt in het tijdschema. Als je het aantal hoogtemeters en kilometers weet, kan je de wandeltijd gemakkelijk inschatten:

  • Gemiddeld lopen wandelaars 300 hoogtemeters per uur tijdens de beklimming, 500 tijdens de afdaling
  • Gemiddeld lopen wandelaars 4 kilometer per uur
  • Halveer de kleinere waarde en tel op bij de grotere waarde = geschatte wandeltijd zonder pauzes

Deze waarden zijn richtlijnen. Het is belangrijk om je eigen kracht (en die van de groep) realistisch in te schatten, omdat de informatie op kaarten of gidsen vaak verschilt. Pauzes moeten bij de wandeltijd worden opgeteld: ongeveer 15 minuten om de twee uur, een half uur op de top. Extra stops, bijvoorbeeld voor klettersteigmateriaal of voor grotere groepen, kunnen het plan verlengen.

De tocht moet immers passen bij het tijdstip van de dag – met voldoende reserve voor het vallen van de avond. Je moet ook rekening houden met gondeltijden of mogelijke wachttijden op drukke routes.

Tip: Blijf flexibel. Als je koppig vasthoudt aan één bestemming, riskeer je problemen op de berg. Professionals plannen daarom alternatieven en identificeren vooraf de “knelpunten” van de tocht – moeilijke oversteken, lastige passages of “punten waar je niet meer terug kunt”. Voor zulke punten worden checkpoints gepland, waar je de situatie zorgvuldig inschat en beslist of je doorgaat.

3.2 Om rekening mee te houden: moeilijkheid van bergpaden

Vooral bij het bergwandelen en tochten in het hooggebergte is het belangrijk om eerlijk te beoordelen of een tocht geschikt is voor jouw capaciteiten. Daarom is het belangrijk om voor de tocht niet alleen te kijken naar de afstanden en hoogtemeters, maar ook naar de moeilijkheidsgraad van de bergpaden en het soort terrein. Wandelpaden worden naar moeilijkheidsgraad geclassificeerd om de planning van tochten veiliger te maken. De categorieën T1 tot T4 zijn bijzonder relevant voor wandelaars.

  • De SAC-wandelschaal verdeelt bergpaden in zes moeilijkheidsgraden:
  • T1 – Gemakkelijk pad in het dal (geel): Goed begaanbare paden, nauwelijks valgevaar, ook te doen met sportschoenen. Gemakkelijke oriëntatie, meestal geen kaart nodig.
  • T2 – Gemakkelijk bergpad (DAV: blauw, SAC: wit-rood-wit): Gedeeltelijk steil terrein, licht risico op vallen. Goede tredzekerheid vereist, wandelschoenen aanbevolen. Basis-oriëntatievaardigheden vereist.
  • T3 – Matig moeilijk bergpad (DAV: rood, SAC: wit-rood-wit / wit-blauw-wit): Pad vaak onduidelijker, geëxponeerde stukken mogelijk, handen nodig voor evenwicht. Geëxponeerde passages, steenslag en padloos terrein mogelijk. Goed tredzekerheid en alpiene ervaring vereist.
  • T4 – moeilijk bergpad (DAV: zwart, SAC: wit-blauw-wit): Pad vaak niet aanwezig, zeer geëxponeerd terrein, lastige rotsen, mogelijk gemakkelijke firn- of gletsjerpassages. Stevige wandelschoenen, alpiene ervaring en goed oriëntatievermogen vereist.
  • T5 – Veeleisend bergpad (DAV: zwart, SAC: wit-blauw-wit): Vaak padenloos, gemakkelijke klimpassages, zeer geëxponeerd, firn- en gletsjerpassages. Bergschoenen, een veilig terreinoordeel en zeer goede alpiene ervaring vereist.
  • T6 – Moeilijk bergpad (DAV: zwart, SAC: wit-blauw-wit): Grotendeels zonder paden, klimgedeelten tot graad II, zeer geëxpoenerd, lastig rotsachtig terrein, gletsjer met risico op uitglijden. Uitstekende oriëntatie, uitgebreide alpiene ervaring en gebruik van alpiene uitrusting vereist.

Welke tochten zijn geschikt voor mij? De bergwandelcheck van de Duitse Alpenclub (DAV) helpt je om je persoonlijke eisen voor bergtochten realistisch te beoordelen en geschikte tochten te selecteren. In zes stappen beoordeel je je conditie, koersvastheid, oriëntatie, gezondheid, ervaring en groepsdynamiek. Het resultaat is een dobbelsteenkleur (rood, blauw, zwart) en een dobbelsteennummer (1-6), die je een oriëntatie geven voor de moeilijkheidsgraad en duur van tochten.

3.3 Weercheck voor je bergtochten

Het weer in de bergen is vaak onvoorspelbaar. Wat je zeker moet doen:

  1. Controleer de voorspelling
    • Gebruik apps, websites, lokale weerstations.
    • Let op temperaturen, wind, neerslag en kans op onweer.
  2. Liever ’s ochtends vroeg op pad
    • Onweersbuien ontstaan vaak in de middag.
    • Beklim de top indien mogelijk ’s ochtends.
  3. Signalen onderweg herkennen
    • Let op wolkenvorming, windsterkte en temperatuurdaling.
    • Kijk uit voor plotselinge weersveranderingen – mist, regen of hagel.
  4. Reageren
    • Bij tekenen van onweer of storm: zoek een veilige positie, vermijd open of geëxponeerde gebieden.
    • Breek de tocht af als de risico’s te groot zijn.

Online bronnen die ik vooral gebruik om het weer te bekijken:

4. Trainen voor het bergwandelen

Als iemand die zelf uit het laagland komt, weet ik hoe moeilijk het kan zijn om je voor te bereiden op grote bergtochten. Je hebt vaak geen lange beklimmingen voor de deur. Juist daarom is gerichte training zo belangrijk. Uit mijn ervaring blijkt dat zelfs een beetje voorbereiding al een enorm verschil maakt – de tocht voelt opeens veel gemakkelijker en veiliger.

4.1 Uithoudingsvermogen

Ik train mijn basisuithoudingsvermogen meestal door te fietsen of snel te wandelen – dat werkt ook perfect in het vlakke land. Hardlopen is ook een optie. Vooral intervaleenheden (afwisselend snel en langzaam) bereiden je goed voor op het ritme van bergop en bergaf.

“Maar… wat als ik geen hoogtemeters kan maken?” Ik voel je. In mijn thuisland, Nederland, zijn die er nauwelijks. Als je geen hoogtemeters hebt, zou je de belasting kunnen simuleren: Traplopen, intervaltraining (afwisselend snel/langzaam) of wandelen met rugzak en gewicht – dat komt wat dichter bij het berggevoel. Houd er bij het plannen van je tocht altijd rekening mee dat je lichaam tijd nodig heeft om te acclimatiseren. Aan het begin van je verblijf in de bergen is het verstandig om met minder hoogtemeters te beginnen en dan geleidelijk te verhogen. Zo voorkom je overbelasting en bouw je je conditie op de lange termijn op.

4.2 Kracht

Been- en core-spieren zijn vooral belangrijk voor bergwandelen. Oefeningen zoals squats, lunges of step-ups op een bankje kun je overal doen en versterken precies de spieren die je nodig hebt op de berg.

4.3 Balans en trefzekerheid

Als ik niet op alpiene paden kan oefenen, doe ik thuis bewust balansoefeningen: bijvoorbeeld op één been staan of een balansplank gebruiken in de boulderhal. In de periodes dat ik niet regelmatig in de bergen ben, ga ik naar de boulder- of klimhal. Boulderen en klimmen traint niet alleen kracht, maar ook coördinatie, lichaamsspanning en flexibiliteit – allemaal vaardigheden die me helpen op de berg, vooral tijdens klautertochten.

4.4 Mobiliteit

Regelmatig stretchen maakt een groot verschil. Daarom probeer ik niet alleen te stretchen na tochten, maar doe ik gewoon elke dag een paar rekoefeningen. Ik doe dit vaak ’s avonds omdat stretchen ook echt goed voelt na een dag werken en ik de avond zo ontspannen kan beginnen. Ik kijk graag naar de video’s van Mady Morrison voor stretch- en yogasessies.

Geef een reactie